•  

Toekomst onderzoeker Hans Stavleu: een interview

Wat wordt het thema van Keying into the Brain in 2015? Toekomstonderzoeker Hans Stavleu voorspelt het ons. "Ik heb de leukste baan van de wereld, echt waar! Ik houd me bezig met innovatie en dus vernieuwing. Enerzijds door wat verder kijken naar trends en ontwikkelingen, anderzijds probeer ik voor organisaties een vertaling te maken van wat er allemaal op ons af dreigt te komen naar toepasselijke strategieën en beleid. Met daarbij heel in het bijzonder virtuele 3d omgevingen voor het onderwijs op educatieve toepassingen.”

Wat doet TNO ICT?

“TNO is een onderzoeksinstituut, met als thema “Innovation for Life”. Het is een grote organisatie van circa 4500 medewerkers die zich allemaal met innovatie bezig houden. In de breedste zin van het woord.

Het heeft te maken met veiligheid, bouw, mobiliteit, energie, zorg, industrie en ook met ICT. Eigenlijk gaat het bij TNO ICT over innovatie in de informatiemaatschappij. En dat kan van alles zijn. Het gaat van sensoren in een dijk om de dijkbewaking te verbeteren tot het gebruik van ICT middelen in het onderwijs.”

Wat doet u?

“Ik houd me bezig met innovatie. Enerzijds door wat verder kijken naar trends en ontwikkelingen, anderzijds probeer ik voor organisaties een vertaling te maken van wat er allemaal op ons af dreigt te komen naar toepasselijke strategieën en beleid. Met daarbij heel in het bijzonder virtuele 3d omgevingen voor educatieve toepassingen. Daarnaast ben ik vanuit het TNO ook één dag in de week als lector Innovatie & Toekomst verbonden aan Hogeschool Leiden. Daar richt ik me zoveel mogelijk op innovatiemanagement voor organisaties, maar dan vanuit het onderwijs. Op Second Life heb ik bijvoorbeeld een educatie- en innovatiecentrum genaamd “Within Ten Years”. Hierin ontdek ik met studenten nieuwe mogelijkheden voor toepassing van virtuele 3D-werelden voor het onderwijs en bedrijfsleven.”

En waarom is dat leuk om te doen?

“Wat is er niet leuk aan? Ik heb de interessantste baan van de wereld. Het leuke is dat je altijd met vernieuwing bezig bent. Je moet altijd verder denken dan je neus lang is. Maar vernieuwing betekent ook verandering. Dat is voor iedereen lastig. Ik vind het ook een pluspunt dat je altijd met jonge mensen kan werken.”

Waarom heeft u tijdens de lezing verteld over communicatie over 5 jaar, terwijl u in eerste instantie 50 jaar zou bespreken?

“Als je vijf jaar vooruit kijkt dan overschat je heel vaak wat er allemaal kan gebeuren en ben je vaak veel te optimistisch. Kijk je tien jaar vooruit dan onderschat je het vaak. Dan is er meestal veel meer gebeurd dan je denkt. Voor de meeste organisaties is 5 á 10 jaar daarom meer dan genoeg. Anders valt het niet meer te overzien. Sommige dingen gaan veel sneller dan je denkt en andere veel langzamer. Om die reden is het verstandig er tussenin te gaan zitten. 50 jaar vooruit kijken is dus eigenlijk vrijwel ondoenlijk. Je kunt zoiets als mens bijna niet bedenken. Althans, als je het over de toekomst van (beeldscherm)media hebt. Als het over het voortbestaan van de aarde gaat, mag je wel proberen iets verder te kijken en te denken.”

Wat vindt u de beste vorm van communicatie via (beeldscherm)media van de afgelopen tijd?

“Het hele computerbeeldscherm an sich. Vooral de laatste tijd met de virtuele 3d omgevingen en alle sociale media. In de toekomst wordt alles een scherm. Zelf je spiegel in de badkamer. Dat scherm laat je dan meteen zien hoe gezond je bent. Maar ik weet niet of iedereen dat nou wel zo graag wil weten…Of een weegschaal die aangeeft of je bent afgevallen of aangekomen, of je gezond hebt gegeten en hoeveel je gister woog. En die twittert dat ook nog, als je wilt.”

Hoe kijkt u als toekomstdeskundige aan tegen beeldschermcommunicatie, zoals websites en social media?

“In het verleden tot eigenlijk nu ging het heel erg om informatieoverdracht. Tegenwoordig gaat het steeds meer om communicatie. Dat is een belangrijk verschil. We gaan nu tegen een communicatie overload aanlopen. Dat merk je zelf ook; je zit op Linkedin, Facebook, Twitter – noem maar op en je hebt je e-mail nog.

Er is zoveel en daar moeten we onze weg in zien te vinden. We zouden ook moeten kijken hoe we social networks slim in kunnen zetten voor ons werk. Communicatie wordt wel steeds belangrijker, althans de elektronische vorm van communiceren. We kunnen - en daar staan we zelf vaak niet bij stil – al aan de tekst van een sms aflezen van wie dit bericht komt en hoe deze persoon zich voelt. Het is een soort van non-verbale communicatie die we aan het leren zijn om ook elektronisch beter met elkaar te kunnen communiceren. Als je elkaar ziet weet je wat je aan elkaar hebt, via elektronische media is dat moeilijker. Taalgebruik wordt dus ook steeds belangrijker. Zeker met social media ga je je veel meer openstellen voor allerlei mensen die je anders helemaal niet had gekend. Misschien leidt dat ook weer tot interessante contacten voor je werk of privé.”

Wat denkt u dat de toekomst brengt?

“Ik geloof heel erg sterk in driedimensionale omgevingen. Zowel het tekstuele met het visuele combineren. Het 3D-aspect wordt erg interessant. Denk bijvoorbeeld aan 3D-televisie of jezelf presenteren als een virtueel etalagepoppetje, zoals je avatar in SecondLife. Je kunt het nog verder doortrekken. In de toekomst hebben we allemaal een printer op ons bureau staan waar geen papier uitkomt, maar fysieke objecten zoals een theepot of een brillenkoker. Dat gaat nog veel verder. Wellicht gaat de techniek zover vooruit dat we er over een paar jaar een mobiele telefoon uit krijgen of over 20 jaar zelfs voedsel.”

Waar baseert u uw kennis op? Kijkt u ook naar ontwikkelingen/trends in het buitenland?

“Ik probeer zoveel mogelijk via internet te volgen en kijk dan met name naar de ontwikkelingen op het gebied van de 3D virtuele omgevingen. Ik haal mijn kennis vooral van Google, via readers en social media zoals Twitter. We doen zelf ook wel onderzoeken, maar die zijn veel praktischer van aard. Wij kijken bijvoorbeeld wanneer je bepaalde dingen in kunt zetten of wat je ermee kunt.”

Kunt u een voorbeeld noemen van uw bevindingen? Van dingen die u ontdekt heeft?

“Een jaar of 10/12 geleden bedacht ik dat je over een tijdje via internet samen boodschappen zou kunnen doen. Ik werd toen gewoon uitgelachen omdat dat dat toen nog totaal ondenkbaar was. Nu kan het, nog wel mondjesmaat, maar het kan. Echt spectaculaire dingen kan ik niet uitvinden, daar moet je jong voor zijn.”

Maar u bent toch helemaal niet oud?

Lachend: “Ik ben niet stok, maar ik ben ook niet piep. Nee, maar serieus – en gegeneraliseerd – ik ben er wel te oud voor. Als jonge mensen iets uitvinden, kunnen ze hele stappen overslaan. Oudere mensen proberen ergens op voort te borduren. Die zijn gewoon verpest. Je moet maar eens kijken wat voor dingen jonge kinderen allemaal al kunnen bedenken. En dan gaan ze naar school en dan moeten ze een kleurplaat inkleuren. Binnen de lijntjes! Nou daar gaat de creativiteit.”

Als u het hoofdthema van Keying into the Brain in 2015 mag bepalen, wat wordt het dan?

“Dan denk ik dat het zou gaan om combinatie van fysiek en virtueel (augmented of mixed reality) op kleine schermen althans kleinere schermen. Alles gaat via het beeldscherm. Een film kijk je bijvoorbeeld via een website. Als je een gebouw in de verte ziet, richt je je telefoon daarop en dan wordt het fysieke meteen aan de virtuele informatie gekoppeld. Je ziet wat het gebouw voorstelt, wie er allemaal zijn geweest en je leest reviews etc. En alles gaat via het internet. Er zijn geen schijfjes meer, geen dvd’s en geen blue ray…” (SW)

Naar het nieuwsarchief